Vraag 1 van 2 · 5 min lezen
Voorrang verlenen en voor laten gaan
Twee begrippen die op elkaar lijken en die het examen graag door elkaar haalt.
Voorrang verlenen doe je aan bestuurders: auto’s, fietsers, bromfietsers, trams. Voor laten gaan doe je aan voetgangers en aan bestuurders die geen kruisende richting hebben, zoals iemand die je inhaalt of voor wie je uitwijkt.
- Bij een gelijkwaardig kruispunt heeft verkeer van rechts voorrang.
- Een tram heeft op een gelijkwaardig kruispunt voorrang, ook als hij van links komt.
- Kom je van een uitrit, een erf of een tankstation? Dan verleen je voorrang aan al het verkeer op de weg.
- Bestuurders die een bocht naar links maken, laten tegenliggers voorgaan.
Oefen dit onderwerp