Vraag 1 van 1 · 4 min lezen
Welke lichten gebruik je wanneer?
Zien en gezien worden zijn twee verschillende dingen.
Verlichting heeft twee doelen: zelf kunnen zien, en zichtbaar zijn voor anderen. Bij slecht weer overdag ben je vooral met dat tweede bezig, en dan is dimlicht meestal het juiste antwoord.
- Dimlicht: van zonsondergang tot zonsopkomst, en overdag bij slecht zicht.
- Grootlicht: buiten de bebouwde kom als er geen tegenliggers of voorliggers zijn die je verblindt.
- Mistlicht voor: bij mist, sneeuw of zware regen.
- Mistlicht achter: alleen als het zicht minder is dan ongeveer vijftig meter. Anders verblind je het verkeer achter je.
- Alarmlichten: bij stilstand op een gevaarlijke plek, of om achterliggers te waarschuwen voor een file.
Oefen dit onderwerp